Een echte Zeeuwse is ze niet, maar ze reed wel mee met de Straô. Dominee Bertie Boersma is opgegroeid in een dorpje in Friesland en voelt zich na bijna een jaar thuis in Scharendijke."Ik heb goede herinneringen aan het opgroeien op het platteland en vind het fijn om deel uit te maken van een dorpsgemeenschap."
Hoewel ze in oktober bevestigd werd als predikant van de Bethlehemkerk, woont Bertie Boersma met haar man al sinds april vorig jaar in de pastorie. Dat kwam omdat ze in juni is bevallen van een mooie dochter. De inburgering ging dus heel natuurlijk: met de kinderwagen op het dorp maak je makkelijk een praatje.
"Als kind kwam ik al graag in de kerk", vertelt Bertie. "Ik vond het fijn om stil te worden en God te ontmoeten. Maar ik was zeker niet van plan om dominee te worden, dat vond ik niet stoer, meer iets voor softies." Ik ben theologie gaan studeren uit nieuwsgierigheid. Ik had veel vragen over het geloof en wilde dat gaan uitzoeken. Inmiddels heb ik me er mee verzoend dat ik nooit alle antwoorden zal krijgen. Geloven is een weg, geen eindpunt. En ja, nu ben ik wel predikant. Dat kwam na een stage waarin ik zag dat in een predikant alles samenkomt wat mij boeit. Maar omdat ik jong ben, heb ik bewust een omweg gemaakt. Ik heb materiaal ontwikkeld voor het Nederlands Bijbelgenootschap, in Indonesië gewerkt voor Kerk in Actie en als predikant in de gevangenis."
In het afgelopen halfjaar heeft de nieuwe dominee gemerkt dat er van alles leeft in de dorpskerk. "Ik geniet ervan dat mensen zich spontaan aanmelden voor activiteiten. In een gemeente moeten de leden met elkaar de kerk dragen, het hangt niet af van de dominee alleen. Belangrijk is dat het een plek is van ontmoeting, met God en met elkaar. In het woord ontmoeting zit ook ‘niet moeten': vrijheid en vreugde. Binnen een kerk ontmoet je veel verschillende mensen die met elkaar de weg met God zoeken. Dat geeft zin en samenhang. De kerk moet een plek zijn waarvan mensen zien dat er iets gebeurt, dat het goed is om daar te zijn. Geloven is mooi en positief. In de kerk moeten mensen iets horen waaraan ze wat hebben. Ze moeten het gevoel hebben ‘het gaat over mij'. Er kunnen zulke mooie dingen gebeuren in de kerk. Ik word er blij van als mensen na afloop zeggen ‘het was fijn om hier te zijn'. Een van mijn docenten zei eens: ‘de kern van het christelijk geloof is dat wij allemaal iets hebben met Jezus, dat bepaalt ons denken en doen'."