Op een kaartje konden we schrijven wat wij wilden doorgeven aan een ander. Een woord, de titel van een lied, een bijbeltekst. Het was tijdens de dienst op de startzondag op 11 september dat zo'n honderd mensen iets opschreven. De kaartjes werden ingezameld en opnieuw - geschud - uitgedeeld. Zo kreeg iedereen ook een woord terug.

Doorgeven alstublieft. Dit thema zal het komend seizoen op verschillende plaatsen en momenten terugkomen in de gemeente. Van wie kreeg ik geloof mee, wie gingen mij voor? En (hoe) geef ik door wat mij bezielt? Dit thema wil niet alleen een bezinning zijn op het doorgeven zelf, maar ook een bewustwording van de vraag: wat is voor mij nu het hart van het geloof? Hoe laten we dat zien in woord of gebaar of een lied?
Voor veel mensen zijn de psalmen liederen die men ‘op het hart draagt'. De meest bekende is denk ik wel Psalm 23. Veel mensen kennen dit lied uit hun hoofd. Of zoals de Engelse taal het zo mooi verwoordt: ‘by heart', je draagt het lied op je hart. Maar het lied is ook veelvuldig vertaald of bewerkt. Een collega-predikant heeft eens een lijst gemaakt van alle vertalingen en bewerkingen die er al van deze psalm zijn gemaakt: hij vond er maar liefst 83, en gaf aan dat er nog steeds nieuwe bewerkingen van bijkomen. Steeds opnieuw voelen dichters en vertalers zich geroepen om de oude tekst over de Heer als herder door te geven.

Een paar ‘gedachten' bij dit oude lied wil ik graag doorgeven. Iemand zei eens: ‘wanneer we ons voelen als psalm 22, bij tegenslag of verlatenheid, dan lezen we psalm 23'. Dan is het een troost om te kunnen zingen: De Heer is mijn herder. De psalmist weet zich heel persoonlijk geborgen bij God. Als angsten of eenzaamheid ons in beslag nemen, dan is het een troost om te kunnen zingen: die Heer is mijn herder. Hij laat mij rusten in groene weiden. Niet wijzelf hoeven de rust de vinden zoals we vaak denken, maar Hij geeft ons de rust. Wat een verademing is dat, dat we bij de Ene op adem kunnen komen.

Die rust komt verderop in de psalm nog een keer terug als de psalmist zingt: ‘geluk en genade volgen mij, alle dagen van mijn leven'. Of zoals de Naardense Bijbel verwoordt: ‘mij achtervolgen slechts goedheid en vriendschap'. Misschien denken wij wel eens dat we op zoek moeten naar geluk. Het is bijna een toverwoord in onze tijd: ‘hoe word ik gelukkig?' Maar de psalmist beleeft dat anders: het goede (tof staat er in het Hebreeuws - en zie het was goed, zoals de schepping ook goed was) is dichterbij dan we denken. Sterker nog: vriendschap en goedheid volgen mij. Wij hoeven er niet zelf naar te zoeken, het volgt ons. In een woord, een gebaar, een niet-alledaagse vraag.
Zo wil die Heer ook uw of jouw herder zijn: dichterbij dan we denken. Wat een genade is dat. We hoeven alleen maar achterom te kijken. En door te geven.

Ds. Bertie Boersma